Wie de zonsopgang over Uluru eveneens wil zien, blijft beter in de buurt kamperen. Nogal wat tours promoten dit zelfs en bieden swags aan, een soort outback slaapzakken. Voor het gebruik van zo’n swag, een lukraak stuk land met composttoiletten vol vliegen en “het genot van slapen in een triljoensterrenhotel”, rekenen ze absurde prijzen aan.
Toch is het de moeite om eens te gaan kamperen in de Australische woestijn, al is het op eigen houtje. De sterrenhemel is er wel degelijk van een ongeëvenaarde schoonheid. Wie bang is van alle beestjes die daar gratis bij komen kijken, kan ik gerust stellen: statistisch gezien is de kans groter dat je iets overkomt in je eigen Westerse huisje dan in de woestijn van Centraal Australië. Zo, voel je je nu niet veel veiliger?
Tot slot, wat de zonsopgang over Uluru betreft: het is niet zozeer de moeite om te zien, behalve dan om eens een gniffel te onderdrukken wanneer de zon verschijnt naast de rots in plaats van er achter. Juist ja: 22 miljoen dollar voor de aanleg van een uitkijkpost in het Grote Niks en dan wordt het ding op de verkeerde plaats gelegd. Bouwfoutjes zijn blijkbaar geen Belgisch monopolie.








