Roemenië heeft vele gezichten: de spookachtige wouden van Transsylvanië, de ruige bergtoppen van de Karpaten, de blauwe Donau die door het landschap slingert, de stranden bij de Zwarte Zee… Een land om stukje bij beetje te ontdekken door de kunststeden te bezoeken, je aan het lokale levensritme aan te passen en de Roemenen te leren kennen.
Boekarest heeft een internationale luchthaven en fungeert als vertrekpunt voor rondreizen in het binnenland. Op het eerste zicht lijkt de meer dan twee miljoen inwoners tellende Roemeense hoofdstad chaotisch en wanordelijk. Boekarest wint toeristen niet op slag voor zich. Wie echter de tijd neemt om de stad van naderbij te bekijken, zal er een heleboel geheimen en mooie verrassingen ontdekken. Oude, afgebladerde gebouwen staan zij aan zij met mooie, klassieke bouwwerken in pastelkleuren.
Verderop zijn de luidruchtige boulevards tussen de bomenrijen overladen met auto’s, terwijl er net om de hoek rustige steegjes liggen die naar wijken met weelderige tuinen leiden. Op de boulevards en de pleinen zie je schreeuwerige billboards vlak naast historische schatten. Fonteinen sieren de parken en pleinen. In meer dan 300 kerken met kleurrijke koepels en magnifieke fresco’s zorgt het orthodoxe gezang voor kippenvel. De triomfboog, aan het einde van alweer een lange boulevard, geldt als extra argument voor zij die de stad “Klein Parijs” noemen.
Boekarest, rijk aan musea en groene ruimtes, is trots op zijn nationale theater en prachtige opera, waar regelmatige de grootste werken van de Klassieke en Roemeense muziek uitgevoerd worden. Ook de talrijke theaters en filmzalen dragen bij aan een rijk en gevarieerd cultureel leven.
Volgens de legende komt de naam Boekarest van Bucur, de naam van de herder die zich als eerste op deze plaats zou gevestigd hebben. Aangezien ‘bucur’ vreugde betekent, is het maar een kleine stap om de Roemeense hoofdstad om te dopen tot “stad van de vreugde”.
Het juweel van de Karpaten
Om de zichten te zien waarvoor Roemenië bekend is, moet je natuurlijk naar de Karpaten, de bergketen die dwars door het land heen slingert. Het juweel van de Karpaten bevindt zich midden in Roemenië, op 160km van Boekarest. Brasov, gelegen rondom de heuvel Tâmpa, en gedomineerd door de uitlopers van de bergen, is een bekoorlijke en charmante stad met talrijke tradities en festivals. Brasov behoort tot de Saksische steden, wat duidelijk blijkt uit de weelderige, versterkte monumenten die de legendarische rijkheid van de stad etaleren. Bezoek zeker ook de gotische Zwarte Kerk, die een orgel met meer dan 4000 pijpen herbergt. Tijdens het hoogseizoen kun je er talloze concerten bijwonen.
Onderweg naar het mooie Piata Sfatului (Plein van de Raad) kun je een terrasje meepikken op de Strada Republicii, de levendigste ader van de stad. Daarna volgt een bezoek aan het raadshuis, dat tegenwoordig dienst doet als historisch museum. Ook de Sint-Niklaaskerk en het Weversbastion zijn niet te versmaden. Daar vertrekt de kabelbaan naar de Tâmpa, van waar je een prachtige uitzicht over de stad hebt. Het bergstation Poiana enkele kilometers verderop, is het vertrekpunt van talloze wandeltochten in de zomer.
De geest van Dracula
Niet ver van Brasov bevindt zich het kasteel van Bran, waar de geest van Dracula rondwaart. De plaats roept de Roemeense legendes en daarbij horende portie rillingen op. Dracula heeft echter allen maar bestaan in de roman van Bram Stoker en is slechts de geromantiseerde belichaming van Vlad Tepes, de prins van Walachije. Deze bloeddorstige heerser heeft wel echt bestaan. Door toeristen naar een souvenirmarkt te lokken, laat de symbolische aanwezigheid van dit personage veel geld rollen. Dracula laat eveneens veel inkt vloeien, want veel Roemenen zijn door hem “gebeten”. Wanneer je dit interessante kasteel bezoekt, is het in ieder geval niet nodig om knoflook mee te nemen, noch om te beven bij de gedachte aan de duistere graaf.
Het gebied herbergt ook het orthodoxe klooster van Sinaia, waar je prachtige fresco’s kunt bewonderen. Zoals in alle Roemeense kloosters kun je op deze plaats heerlijk tot rust komen. Het is vaak mogelijk om er te overnachten, of je nu gelovig bent of niet, orthodox of niet. Op een steenworp afstand, midden in de beboste heuvels, ligt het schitterende koninklijk paleis van Peles, dat gebouwd werd in 1883. Aan het begin van de 20ste eeuw was deze eclectische fantasie nog de verblijfplaats van koning Carol I van Roemenië. Er kunnen tientallen vertrekken worden bezocht, het ene nog mooier dan het andere. De erehal heeft een plafond versierd met gebrandschilderde ramen, en leidt naar verschillende zalen met kostbare schilderijen en al evenveel salons in de meest uiteenlopende stijlen. In het bloemrijke park kun je een eindje gaan kuieren en mooie aanzichten van het koninklijke bouwsel ontdekken.
Het middeleeuwse Sighisoara
Sighisoara was tijdens de middeleeuwen de hoofdstad van Roemenië en is vandaag een van de mooiste middeleeuwse steden van het land. Sighisoara werd terecht door Unesco opgenomen in het Werelderfgoed. Deze museumstad bevindt zich niet ver van de Karpaten en is sinds de middeleeuwen weinig veranderd met haar geplaveide steegjes, doodlopende straten en gevels in alle kleuren. Er staan honderd vijftig huizen in het centrum. De interessantste bezienswaardigheden zijn het Venetiaanse huis (daterend uit de 10de eeuw) en het huis van Vlad Tepes (waarschijnlijk het oudste burgerlijke stenen bouwwerk), waar de prins der duisternis geboren is.
Even verderop staat het prachtige huis met het hert, zo genoemd omdat er een eigenaardige trofee aan de hoek van het gebouw hangt, als een soort trompe-l’oeil. Het huis is een typisch bouwwerk uit de Transsylvaanse renaissance. In de klokkentoren kan je van dicht bij de hoofdpersonages bekijken uit de bloeiperiode van dit dorpje, waarin je nu zo heerlijk kan rondslenteren.
Onderweg…
De plattelandswegen tussen Sighisoara en Sibiu slingeren langs een reeks mooie dorpjes met
versterkte kerken gebouwd door de Saksen van Transsylvanië: Biertan, Calnic, Darjiu, Viscri,…
In de verte rijzen de bergen van de Karpaten op, die tot het einde van de lente met sneeuw bedekt zijn. De opeenvolgende landschapstypes getuigen van de kalme realiteit van het Roemeense platteland. Hier rijden nog niet veel auto’s rond en voelen koeien, ganzen en kippen zich thuis.
Achter de houten hekken staan mooie kleurrijke huizen. De dorpjes worden gedomineerd door imposante kerken die wel citadels lijken. Maar wat deze rustieke scène pas echt tot leven laat komen, zijn de kortstondige maar onvergetelijke ontmoetingen met dorpelingen op de markten, paardenkermissen, dorpsfeesten. bruiloften, zomeravonden, aan de kerkpoorten na de mis,… Hier draagt men op zondag nog fier de nationale klederdracht. Hier neemt iedereen ook nog zijn tijd: mijnheer met zijn hoed op, mevrouw met een hoofddoek, een brede glimlach op elk gezicht. En altijd is er die warme gastvrijheid die elders niet meer bestaat: een hartverwarmende eenvoud die uitgedrukt wordt in welkomstwoorden, een handdruk en het heffen van een glas luicà (een pruimenjenever) bij de vriendschappelijke afscheidsgroet.
(Explorer, gepubliceerd in april 2014)













