Aangezien ik nog jong ben en bovendien blond geboren, gebruik ik “onwetendheid” soms graag als een excuus om dingen te rechtvaardigen die eigenlijk niet echt door de beugel kunnen. Zoals het ziekelijk toeristische ‘Norway in a Nutshell’ boeken.
De tour loopt van Oslo naar Bergen (en terug voor wie dat wil) en omvat de terecht wereldberoemde Bergenbanen, een scenische treinroute die Bergen met de hoofdstad verbindt en die zo indrukwekkend is dat de nationale omroep van Noorwegen (NRK) het hele traject non-stop gefilmd heeft en als een iets meer dan zeven uur durende film heeft uitgebracht. Allen op naar de dvd-winkel!
Verder zijn een reis met een boemeltreintje door de haarspeldbochten van Flåm, een cruise door het Sognefjord en het nauwe Nærøyfjord, en nog wat toeristische pleasers inbegrepen.
Kortom, een walgelijke uitbuiting van het puurste wat Noorwegen te bieden heeft, maar tegelijk de goedkoopste manier om al dit moois te zien. En ik ging toch al naar Bergen, dus dan kan ik dit alles er wel bij nemen voor nauwelijks tachtig euro, praat ik mezelf goed.
Ik geef het niet graag toe, maar Norway in a Nutshell lijkt zijn geld waard te zijn. Na een paar uur van de treinreis Oslo-Bergen, waarbij ik van de ene verbazing in de andere verwondering gevallen ben, mijn bewondering voor dit magische land nog groter geworden is dan zijn onmogelijk hoge bergen en waar ik me grandioos belachelijk gemaakt heb door als een halve gare van de ene kant van de trein naar de andere te springen met mijn camera –foto’s! foto’s!-, vertrek ik vanuit Myrdal naar Flåm met het boemeltreintje dat die naam meer dan waard is.
Ik vraag me af of het charmante onding wel opgewassen is tegen de constante stijging van 1,5% die we voor de boeg hebben. Langzaam vertrekt het locomotiefje en ik voel hoe de wagons moeizaam mee op gang getrokken worden. Schijnbaar tegen alle wetten van de fysica in, slaagt het treintje erin om langs de steile spoorweg omhoog te klimmen en wanneer we een eerste haarspeldbocht maken langs een prachtige vallei, vergeet ik me zorgen te maken en geniet ik van het uitzicht.
TOERISTENOPSMUK
Hier en daar komt het treintje tot stilstand, zodat de passagiers foto’s kunnen maken van de talloze watervallen en geweldige panorama’s die ze zien voorbijkomen. Tot mijn grote verbazing stopt het treintje plots aan een soort houten perron. Of eigenlijk er voorbij, half in de tunnel die iets achter het perron ligt. Ik stap uit en kijk goed waar ik mijn voeten zet op het dunne, donkere pad. Geleidelijk wordt mijn wegje lichter en wanneer de zon plots volledig op me schijnt, kijk ik naar boven en word verblind door de grootste waterval die ik ooit gezien heb. Een tiental meter voor me dondert een immense massa wit water naar beneden.
Iedereen is bezig met het bulderende water vast te leggen op de gevoelige plaat, wanneer er melodische muziek begint te weerklinken. Halverwege de waterval, aan een in verhouding minuscule ruïne, verschijnt er een dame, gekleed in een lange, zwierige jurk. Terwijl we een vrouwenstem horen zingen, begint de sirene te dansen en te draaien aan de rand van het spetterende water. Ze moet kletsnat worden en het lawaai van het natuurgeweld moet oorverdovend zijn waar ze staat, maar ze huppelt vrolijk rond alsof haar leven er vanaf hangt. Het is zo geweldig om te zien, dat je bijna zou vergeten hoe belachelijk het is dat zo’n natuurfenomeen voor de toeristen nog opgesmukt moet worden met zoiets.
BOEMELTREINTJE
Het treintje zet zich weer in gang, maar ik begin er vertrouwen in te krijgen dat het, ondanks zijn speelgoedgehalte, de klim van in het totaal 864 meter zal halen. Dat wil zeggen, tot we plots over een gigantische vallei rijden en ik intens hoop dat de sporen het niet onder ons zullen begeven. Het treintje kraakt vervaarlijk en de wagons schudden heen en weer. Ik vraag me al af wat Indiana Jones zou doen als het geheel het zou begeven, maar gelukkig bereiken we de overkant voor ik een antwoord gevonden heb. In vergelijking met dat bange moment, gaat de rest van de reis van een leien dakje. Het boemeltreintje zet ons veilig af aan het station van Voss, van waar ik afzak naar het donkerblauwe water in de vallei.













