Omdat je een Viking nu eenmaal niet kunt intomen, word ik vandaag willens nillens meegesleept door mijn Noorse vriend naar Bygdøy, het museumeiland voor de kust van Oslo. Dit groene pareltje valt toch niet te vergelijken met het Museuminsel in Berlijn bijvoorbeeld. Het hele eiland lijkt wel een natuurpark met de meest uiteenlopende musea.
Met een Oslopass kun je gaan islandhoppen in de baai van de hoofdstad en raak je zo alle musea binnen. Met mijn eerste boot van de dag vaar ik naar Bygdøy, wat een uniek zicht op de haven biedt. Na een winderige ferrytocht komen we aan op het eiland. Eerste halte –hoe kan het ook anders- : het Vikingschipmuseum.
Het wellicht bekendste museum van Noorwegen herbergt een aantal relatief intacte schepen en een hele verzameling aan scheepsonderdelen en gebruiksvoorwerpen. Ik bewonder het gedetailleerde houtsnijwerk en het verfijnde smeedijzer en kijk weer eens op van hoe klein de Vikings van weleer waren, wanneer ik mijn ene been naast de volledige lengte van een doodskist kan leggen.
De snekken en drakkars zijn misschien de meest beroemde boten, maar het zijn zeker niet de enige die de Noren gebouwd hebben. Het Zeevaartmuseum vertelt het verhaal van de verovering van de Noordpool en toont het belang van scheepsvaart in het hedendaagse Noorwegen. Maar het meest bijzondere schip staat in het Kon-Tiki Museum. Dit museum is volledig gewijd aan de reizen van Thor Heyerdahl over de oceaan met soms niets meer dan een rieten bootje.
Bij het binnentreden, stoot ik meteen op de Ra II, een papyrusboot waarmee Heyerdahl van Marokko naar Barbados voer. Je moet het schip met je eigen ogen zien om het te geloven – of net niet. Dat zo’n klein, bijna nep uitziend ding zeven mensen over de oceaan kan voeren! Er zijn nochtans voldoende foto’s van de hachelijke onderneming. Het museum is prachtig gemaakt, met oog voor detail en heel leerrijk en aangenaam om door te kuieren.
Het hele museumeiland is aangenaam om een rustig dagje door te brengen. Wie niet van musea houdt, kan urenlang wandelen door het groen en langs pittoreske huisjes, of picknicken in de tuinen van het mooie Oscarhall kasteel. Het witgepleisterde, neogotische gebouw doet je even bijna vergeten dat je in Noorwegen bent, maar heel groot is die kans niet op een eiland waar ook een van de meest bezochte staafkerken van Noorwegen staat.
De staafkerk van Gol is meer dan een eeuw geleden naar het schiereiland gebracht om daar het pronkstuk van het openlucht Volksmuseum te worden. Tot op heden vinden er elke zondag vieringen plaats in deze typisch Scandinavische, houten variant van onze gotische kathedralen, waarvan er in heel Noorwegen nog slechts 28 overeind staan.
Minder bekend of zeker minder typisch Noors is het Holocaustmuseum. Toch is dit een groot museum met een uitgebreide collectie en een duidelijke tijdlijn. Er zijn veel documenten aanwezig die duidelijk maken hoe de Jodenhaat gegroeid is, hoe Adolf Hitler in zo’n korte tijd zo populair kon worden en hoe de sfeer in Duitsland tijdens het interbellum en de vroege jaren ’40 moet geweest zijn. Een verhelderende trip voor wie het kader van de wereldoorlog niet zo goed kent, en algemeen een indrukwekkende ervaring.












