De vergeten genocide in Darfur

‘Wij kijken de dood in de ogen’

In de Sudanese regio Darfur leven tienduizenden ontheemden in donkere grotten, afgesneden van alle hulp. Klaas van Dijken wist als eerste journalist in jaren het gebied binnen te komen en zag de vreselijke gevolgen van de wrede militaire campagne van het islamitische regime van Omar Al-Bashir tegen de etnisch Afrikaanse bevolking. “Wij zijn maar arme burgers die hard werken op het land. Wat hebben wij de overheid misdaan?”

Hij drinkt met regelmatige tussenpozen. Zijn rechterhand weet het plastic flesje zonder etiket met doorzichtige vloeistof blindelings te vinden. De dop is er al af, vleugjes  alcohol walmen naar buiten. Hij neemt een slokje, zijn linkerhand laat de greep op het stuur geen moment verslappen, zijn ogen blijven gericht op de onder ons door razende zandweg. Het flesje gaat opnieuw in de houder, hij veegt over zijn gezicht en spuugt tussen zijn voortanden uit het raam. Een paar minuten later herhaalt het ritueel zich. Achteraan in de pick-up zit een handvol rebellen van wie er een liederen de duisternis in bralt. Slecht een enkele keer zullen we tijdens deze urenlange toch stoppen. Voor een lekke band, als we net in veilig gebied zijn, de laatste stop is bij onze slaapplek.

Deze etappe is een van meest risicovolle van onze reis. De Amerikaanse fotografe Adriane Ohanesian en ik zijn ruim een week geleden de West-Sudanese regio Darfur binnengesmokkeld. Het gebied staat al sinds 2003 in brand. Etnische zuiveringen en wrede militaire campagnes kostten er al honderdduizenden mensen het leven. De voorbije maanden laaide het conflict in alle hevigheid op. Maar daarvan komen we in het Westen amper iets te weten.

Darfur is totaal geïsoleerd van de buitenwereld en journalisten krijgen geen toestemming van de Sudanese overheid om de regio in te gaan. Daarom reizen we met een van de etnisch Afrikaanse rebellengroepen, het Sudanese Bevrijdingsleger (SLM/A, Sudan Liberation Movement/Army) onder leiding van Abdel Wahid Al-Nur. Het is een van de bijna dertig rebellengroepen die ook onderling vaak sterk verdeeld zijn. Het SLM/A wil de strenge islamitische regering in Khartoem omverwerpen en vervangen door een democratische, seculiere overheid, die alle bevolkingsgroepen gelijk behandelt. Voor zover bekend, maken de mannen van het SLM/A zich niet schuldig aan verkrachtingen en moordpartijen op ongewapende burgers. Bijna drie weken lang zorgen deze rebellen voor onze veiligheid, brengen ons aar we heen willen, en regelen ons eten. We hebben afgesproken dat ze niet aanwezig zijn bij de interviews die we onderweg houden. Ook mogen ze achteraf niet de inhoud van ons werk controleren.

De auto stopt. De dronken rebel is net als de anderen stil geworden. In de verte, aan de andere kant van de vlakte, blinken lichten van een basis van UNAMID (een gemeenschappelijke missie van de Afrikaanse Unie en de Verenigde Naties in Darfur, nvdr) en tekenen zich de contouren van een stad af. Een rebel springt uit de laadbak en geeft een automatisch wapen aan de chauffeur. De chauffeur laadt het wapen door met een harde klik en zet het naast zich tegen het portier. Twee handen gaan aan het stuur, de blik strak vooruit. Zijn rechtervoet trapt het pedaal bijna door de bodem. De auto raast over de vlakte. Struiken sneuvelen, boompjes schieten rakelings langs. Af en toe schiet de blik van de chauffeur van links naar rechts om te zien of er vijandelijke troepen naderen. Wij kijken gespannen mee. De UNAMID-basis laten we links liggen. De stad is opeens dichtbij. Zonder vaart te minderen, scheuren we door de verlaten straten en ontwijken slapende ezeltjes en lege kraampjes op een verlaten markt. Het volgende moment zijn we de stad al uit en scheuren we over smalle weggetjes. We vliegen slechts twee keer uit de bocht.

Allesbeslissende zomer

Een uur of twee later lacht en praat iedereen opgelucht. We zijn door de linies heen geglipt. We zullen onze weg te voet en op ezeltjes vervolgen. Het is de enige manier om het berggebied Jebel Marra in te komen, andere routes zijn nog gevaarlijker. Hulporganisaties en de tandeloze UNAMID-vredesmissie krijgen geen toegang tot het gebied.

Jebel Marra – ons reisdoel – ligt in het hart van Darfur en is een van de laatste gebieden die nog door de rebellen worden gecontroleerd. Volgens de onafhankelijke Sudanese radiozender Radio Dabanga, die als betrouwbare nieuwsbron bekendstaat en een groot netwerk in d regio heeft, leven tienduizenden ontheemden er op winderige berghellingen en in grotten hoog in de bergen, zonder enige vorm van hulp. Ze zijn op de vlucht voor de aanvallen van het regeringsleger en milities. Dagelijks worden hun stegen en dorpen gebombardeerd, steeds vaker, al zijn er geen officiële cijfers. Want de Sudanese overheid heeft het gebied omsingel en hermetisch afgesloten sinds de start van de militaire campagne ‘Allesbeslissende zomer’ eind vorig jaar, waarin ze de rebellen voorgoed wil verslaan.

Aan de rand van Jebel Marra ligt het plaatsje Burgu, een typisch Darfur dorp met huizen van klei en riet, zandpaden en een enkele generator die een paar uur per dag stroom levert. In de afgelopen maanden in Burgu regelmatig het doelwit geweest van bombardementen door de regering, zo vertellen inwoner. Wanneer we de plaats binnenkomen, is het twee weken geleden dat de laatste bom viel.

De Antonov, een oud, Russisch vrachtvliegtuig, dropt die dag vier bommen. De zevenjarige Adam Abdel is alleen thuis, vertelt zijn moeder Fatima Musa. Drie bommen doden vee en beschadigen landbouwgrond. De laatste bom valt op nog geen vijf meter van hun huis. Adam Abdel wordt door de luchtdruk uit het huis geblazen en valt op zijn hoofd. Zijn kleren vliegen in brand, vlammen vreten zich een weg door zijn huid. Schreeuwend rent hij weer naar binnen en weet zijn kleren uit te trekken. Buren komen op het gegil af. Zijn moeder komt aanrennen en ziet zijn verbande handen, zijn gezicht dat een grote brandwonde is. Nu beginnen de korsten op zijn hoofd langzaam los te laten en komt wit-roze huid tevoorschijn. Vliegen dringen samen op de plekken waar de huid nog rauw en open is. Op andere stukken van zijn gezicht en lijf zitten nog grote plakkaten verbrande huid.

Buiten laten buren de scherpe, ijzeren stukken van de bommen zien die de verwoesting aanrichtten. Adam Abdel heeft meer geluk dan veel anderen, die de bombardementen niet overleefden. Niemand weet precies hoeveel, want officiële cijfers zijn er niet.

Ontheemden in grotten

Dieper Jebel Marra in worden de berger hoger, de hellingen steiler en de paden smaller. Auto’s kunnen hier niet komen en zelfs ezels hebben moeite om sommige passen en paden over te komen. Achter elke berghelling ligt een verrassend groene vallei met dorpen, sinaasappel-, guave- en citrusvruchtplantages. Voldoende regenval in combinatie met vulkanische grond met Jebel Marra tot het meest vruchtbare gebied van de hele Sahel. Maar de dorpen en de plantages zijn goeddeels verlaten. Bijna niemand verbouwt nog iets, voedselgebrek dreigt. We zien hoe de dagelijks overvliegende Antonovs de mensen angst aanjagen. Volgens hen zet de Sudanese regering naast bommenwerpers ook raketten in vanaf de grond. Ze jagen de inwoners hoog de bergen in, waar ze schuilen en slapen in een van de honderden diepe, donkere grotten.

Al ver voor het eerste ochtendlicht wordt de grot wakker. Een kind begint te huilen, anderen volgen. Een ezel balkt vanuit het dal tegen de bergen op. De grot ligt anderhalf uur klimmen boven de plaats Sarong. De eerste vrouwen komen naar buiten en doen hen behoefte achter stekelige struiken. Een man zet het ochtendgebed in. Binnen in de grot worden tientallen rokerige houtvuurtjes aangestoken. Ze werpen flikkerende schaduwen over de vrouwen en de vele rondscharrelende kinderen die hun handen verwarmen aan de vlammen.

De 32-jarige Thuraya Adam Abdel-Razeg leeft met haar man en acht kinderen al weken in de grot. Bommen verwoesten hun huis. Op een staccato toon vertelt ze dat veel mensen in haar dorp Dorse levend zijn verbrand. Het volgende moment biedt ze een van de zoete aardappelen aan die naast haar pruttelen in een pannetje. Het is haar enige maaltijd voor vandaag, soms heeft het gezin niets te eten. “We sterven hier”, constateert ze nuchter.

Ergens aan de zijkant van de grot zit een oudere vrouw alleen. Tranen rollen over haar wangen. Weduwe Mariam Taja Muhammed huilt van angst en ellende om haar verwoeste leven. Een bommenregen op het plaatsje Wadi Torro veegde niet alleen haar huis met al haar bezittingen erin weg, maar de scherven reten ook een mannelijk familielid in tweeën. Een ander familielid werd geraakt in zijn schouder, vertelt ze. “We hebben ze allebei in hetzelfde graf moeten begraven.” Waarom de Sudanese overheid haar dorp bombardeert, weet ze niet. “Wij zijn maar arme burgers die hard werken op het land. We hebben geen idee. Wat hebben wij de overheid misdaan?”

Af en toe eet ze iets, maar haar buik doet zeer, en door haar opgezwollen keel kan nog geen stukje ei. Naar een dokter kan ze niet. Zelfs als ze geld zou hebben, is er in de wijde omtrek geen dokter te vinden, laat staan een functionerend ziekenhuis. De mensen met een beetje medische kennis die in het gebied rondom Sarong leven, kunnen niet aan dure medicijnen komen. Die zijn alleen te koop in de steden die in handen zijn van de overheid.

Terug naar beneden durft ze niet, net als de meeste anderen in de grot. “Ik ga pas terug naar mijn dorp als Omar Al-Bashir ophoudt met ons te bombarderen. Tot dan blijf ik hier en kijk ik de dood in de ogen.”

De duizenden ontheemden die niet in de buurt van grotten wonen, leven verspreid op de bijna kale berghellingen. Ook zij zijn gevlucht voor het geweld aan de rand van Jebel Marra. Meestal konden ze op de vlucht niet méér meenemen dan een deken om op te zitten en een paar pannen. Amne-ad Mohamed, een 29-jarige moeder van zeven, deelt samen met vijf andere gezinnen de schaduw van een boom vlak bij het dorpje Kome om aan de hitte te ontkomen. E altijd is er de harde wind die de longen vol stof blaast. Haar kinderen zijn ziek door koude nachten, gebrek aan eten en massa’s stof.

Er is een tijd geweest dat er buitenlandse hulp kwam. Ze herinnert zich hulpverleners met namen als Stella en Anna uit Belgiëe en Nederland, die voor grote hulporganisaties werkten. Zij brachten een deken, wat eten en een lap plastig. Maar dat was in 2010 of 2011. Daarna hebben zij en alle ander ontheemden nooit meer een hulporganisatie in Jebel Marra gezien. “Unicef heeft dit jaar wel geprobeerd Jebel Marra in te komen, maar ze zijn tegengehouden door de Sudanese overheid”, zegt ze. Kome en omgeving vormen een van de weinige plekken waar ontheemden nog naartoe kunnen, omdat het onder controle van de rebellen staat.

Slachting

Als we met de rebellen over de bergpaden naar de frontlinies lopen, komen we gezinnen tegen die hun huizen verlaten en de andere kant opgaan. At voedselreserves, tafeltjes en ander huisraad hebben ze op ezels gebonden, of de vrouen dragen het op hun hoofd. De rebellen kunnen de burgers in de dorpen op de vlakte nauwelijks beschermen tegen de regeringstroepen en de milities. Ook tegen de bombardementen vermogen ze niets. Het berggebied is daarentegen relatief eenvoudig te verdedigen tegen de troepen op de vlakte. De mannen stationeren zich aan de randen van Jebel Marra op strategische plekken. Vanuit een schuttersputje turen ze door een verrekijken naar de bewegingen van de Sudanese troepen op een heuvel aan de andere kant van het dal.

De militairen kijken ongetwijfeld terug en zien dan een bont gekleed gezelschap van mannen van ie de meesten niet ouder zijn dan midden twintig. Sommigen hebben een uniform aan, andere lange regenjassen met daaronder een kleurig T-shirt. Om hun hoofd zitten tulbanden gewikkeld. Het zijn normale jongens die ooit naar school gingen, hun ouders hielpen op het land en de geiten hoedden. Toen de oorlog dichtbij kwam, sloten ze zich aan bij de rebellengroep. Vaak is hun familie gedeeltelijk of helemaal uitgemoord, hebben ze alles verloren en kunnen ze nergens anders meer naartoe.

De 24-jarige Mousab Faisal Abdul Hamed is een van hen. Zijn zachte gelaatstrekken en vriendelijke ogen verharden als hij spreekt over de oorlog. “Ik zag een vrouw die een paar dagen daarvoor was bevallen. De milities gristen de baby uit haar armen en doodden het kind.” Hij vertelt hoe milities jongens die iets ouder zijn dan hij in een hut bijeendreven en verbrandden. “Dat was het moment dat ik bij de rebellen wilde.”

Mochten de rebellen Jebel Marra verliezen, dan dreigt een slachting onder alle mensen die nu schuilen in de bergen, meent een lokale commandant van het rebellenleger. Buiten het berggebied verliezen de rebellen veel terrein, door gebrek aan coördinatie met andere groepen, wapen en geld. Steden en dorpen zijn al in handen van het regeringsleger en de rebellengroepen kunnen zich vaak alleen nog maar verplaatsen langs smokkelroutes. Hoewel de mannen vaak grote woorden gebruiken – revolutie, democratie en overwinning – is het maar de vraag hoelang ze het nog volhouden.

Maar vandaag lijkt een rustige dag. Mousab Faisal kan zijn wapen laten rusten. De zon schijn en de wind is even gaan liggen. Rebellen bungelen met hun benen over de rotsen. Dat het er ook heftig aan toe kan gaan, bewijzen de lege patroonhulzen op de grond. Kogelriemen liggen netjes opgerold als een slang, klaar om afgevuurd te worden, mochten Sudanese troepen de berg opnieuw bestormen.

Sommigen kunnen dat niet navertellen, zoals de man die al vier dagen in de volle zon heef gelegen. De stank van verrot vlees is als een muur waar je verblind tegen aanloopt. Het zwart geworden lichaam ligt tussen groene planten met cherrytomaatjes. Vliegen kruipen uit zijn mond en in zijn holle borstkas zitten vier kogelgaten. Het enige kledingstuk dat hij nog aanheeft, is op zijn enkels getrokken. D rebellen zijn niet van plan hem een waardige begrafenis te geven. Verderop liggen nog twee mannen van wie een zijn Sudanese uniform nog wel draagt. Hun poging om toegang te krijgen tot Jebel Marra is nog niet gelukt.

Met veel dank en respect voor Klaas van Dijken en Adriane Ohanesian, die hun leven geriskeerd hebben om dit artikel mogelijk te maken. Foto’s door Adriane Ohanesian.

(Knack, gepubliceerd in april 2015)

toegevoegd op by i-devulder in Banner, Journalist, Journalistiek, Sudan

Comments are closed.